Coronamonitor Zeeland

Hoge Raad moet beslissen over huurkorting voor horeca

De Hoge Raad gaat zich buigen over de vraag of uitbaters van kroegen en restaurants huurkorting moeten krijgen vanwege de coronapandemie. Ook moet de hoogste rechter van Nederland beslissen over de berekening van die eventuele huurverlaging.

Dat is het gevolg van een vorige week gepubliceerde uitspraak van een Limburgse kantonrechter. Anders dan in eerdere zaken over coronakorting, besloot deze rechter niet zelf een besluit te nemen over een huurgeschil, maar vragen voor te leggen aan de Hoge Raad. Die moet nu uitleggen welke regels er eigenlijk gelden voor huurkorting tijdens de coronacrisis.

'Ik ben blij met deze zaak, want nu zal er snel meer duidelijkheid komen voor verhuurders en huurders', zegt huurrechtadvocaat Claudia van Meurs, die niet betrokken is bij deze zaak. Volgens haar zullen de antwoorden van de Hoge Raad leidend zijn bij onderhandelingen over huurkortingen. De zaak kan zo grote gevolgen hebben voor vastgoedbezitters en horeca-ondernemers.

Conflicten
Nu horecazaken het moeilijk hebben vanwege de lockdown, ontstaan er steeds meer huurconflicten. De gedwongen sluitingen door de overheid tussen maart en mei vorig jaar als gevolg van de coronapandemie leidden al tot zwaar omzetverlies. Sinds medio oktober is de horeca opnieuw gesloten voor bezoekers.

Steeds vaker belanden huurconflicten voor de rechter. Die zaken hebben tot nu toe verschillende uitkomsten. Zo besloot de rechtbank Den Haag eerder in een bodemzaak dat bazen van een Haags café recht hebben op 50% huurkorting tijdens de perioden van lockdown. De uitbaters van een Amsterdams hotel hebben volgens een andere rechter alleen recht op een omzetafhankelijke huurkorting.

Heineken
De Limburgse zaak ging tussen Heineken en een pandeigenaar. De bierbrouwer heeft veel cafés in bezit. Maar bij nog meer kroegen is Heineken een soort tussenpersoon. De brouwer huurt een café van de vastgoedeigenaar en verhuurt het pand vervolgens aan een kroegbaas.

Deze horeca-ondernemers hoefden van Heineken geen huur te betalen voor de maanden april en mei vorig jaar. Dat was een tegemoetkoming tijdens de eerste lockdown waarin cafés op slot moesten van de overheid. Daarna besloot de bierbrouwer in dit geval ook de eigen huurbetalingen voor de helft stil te leggen.

De pandeigenaar is het daar niet mee eens. Hij vindt dat hij opdraait voor de 'cadeautjes' die Heineken uitdeelt aan huurders. Dat terwijl zijn eigen hypotheeklasten gewoon doorlopen. Het zou eerlijker zijn als Heineken, de horeca-ondernemer en verhuurder de pijn eerlijk verdelen.

Gebrek of geen gebrek
De kantonrechter voelt 'maatschappelijk een zekere behoefte' om de schade te verdelen tussen huurder en verhuurder, aldus het vonnis. Maar het is voor de rechter 'niet helder of en hoe dat juridisch vorm gegeven kan en mag worden'. Vandaar de zogeheten prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Vooral de vraag of er sprake is van een zogeheten gebrek is belangrijk. Met andere woorden: is het huurgenot van huurder Heineken aangetast door de gedwongen sluitingen door de overheid?

'Aan een antwoord op die vraag zijn rechters in eerdere zaken nog helemaal niet toegekomen of ze schreven eromheen in hun uitspraken', zegt advocaat Van Meurs. 'Deze kantonrechter heeft het maar uitgezet bij de Hoge Raad. Dus deze discussie is straks klaar.'

Contracten
Dat veel rechters zich niet over dat gebrek buigen, heeft ook een andere reden. In veel contracten staat dat huurders geen huurverlaging kunnen afdwingen op basis van het argument dat er sprake is van een gebrek.

Veel huurders richten zich daarom op de zogeheten onvoorziene omstandigheid. Dat betekent dat huurder en verhuurder de situatie door de coronapandemie niet konden zien aankomen. Dat is in de meeste gevallen succesvol. Maar ook over dat begrip gaat de Hoge Raad zich nu buigen.

Bron: FD

Houd u aan de voorzorgsmaatregelen

Houd 1,5 m afstand

Houd 1,5 m
afstand

Was vaker je handen

Was vaker
uw handen

Werk zoveel mogelijk thuis

Werk zoveel
mogelijk thuis


Partners Partners